Geplaatst: Zaterdag 13 februari 2016 - 8 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Watertijgers

Je ziet ze steeds meer en de kranten staan er bol van: gastelingen. Wij Nederlanders weten alles van water. Maar gastelingen, dat is andere koek. Of toch niet helemaal?

 

=   Watertij - HOMER 

De gastelingen zijn onder ons. Op steeds meer plekken duiken ze op. En waar ze tevoorschijn komen, worden ze blijmoedig voorzien van zaken die met een b beginnen. Denk bijvoorbeeld aan bedden. En aan brood. En aan een plek om zich te badderen. Maar niet alles met een b krijgen ze. Banen zitten er voorlopig niet in. Alle begin is moeilijk, dus moeten de gastelingen eerst met basisvoorzieningen oefenen. En als het een beetje meezit, komt er zelfs een basisschooltje voor de kinderen.

Wel is het belangrijk dat het voor de gastelingen behelpen moet blijven. Want in de beperking toont zich de meester. Vanzelf zijn er altijd dwarsliggers die toch voluit willen helpen. Dat kan natuurlijk niet, want helpen begint niet met een b. Dus blijft het beleid gericht op behelpen, wat sommigen zelfs al te ver gaat. Zodoende krijgen de gastelingen ook wel eens een portie boosheid aangeboden. Vaak een beetje, soms een boel. Doorgaans mogen de gastelingen dan de burgemeester tegemoet zien, om er iets van te zeggen. Want boosheid is evenmin de bedoeling als een baan.

Gastelingen bewegen zich op een bijzondere manier voort. Ze lopen niet, maar ze stromen. Men spreekt dan ook van gastelingenstromen. Waarvan er veel, door Europa stromend, vroeger of later de Nederlandse grens bereiken. Wij liggen nu eenmaal het laagst, zodat ze massaal ons land binnenstromen. En dat maakt ons huiverig. Want vanouds hebben we slechte ervaringen met binnenstromende materie. Vaak was het namelijk water dat binnenkwam, waarbij er hele stukken van ons land onderliepen. Soms was het zo erg dat er veel mensen verdronken.

Natuurlijk heeft al dat stromend water ons getekend. We hebben dijken aangelegd , het gros van ons heeft leren zwemmen en onze koning is een kanjer in watermanagement. Dus is het eigenlijk geen wonder dat we er wel eens wat in doorslaan. Zo gaan er zelfs stemmen op om de grenzen met België en Duitsland maar te gaan bedijken. Zodat er ook daar niets meer binnenkomt. Want anders zouden we, terwijl wij met de Noordzee vechten, van achteren overstroomd kunnen raken, kopje ondergaan en verzuipen.

Gelukkig hebben we, nu de zeespiegel stijgt en het hier steeds natter wordt, een toverspreuk bedacht. 'Nederland leeft met water'. Deze spreuk helpt ons om het gevaar te bezweren en niet bang te zijn. En het werkt. Nog maar zelden hoor je een Nederlander zorgelijk doen over water. Het wordt nu tijd voor weer zo'n spreuk. 'Nederland leeft met gastelingen'. Dan hoeven we niet meer bang te zijn. En kunnen we de kleine gastelingen op hun provisorische basisschooltje naast de b eindelijk ook de andere letters van ons alfabet leren.

 

Delicious Digg Facebook Fark MySpace