Geplaatst: Dinsdag 29 september 2015 - 0 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Profielschets van de kleine schrijver

=   Watertij - HOMER 

Kleine schrijvers schrijven niet zomaar; zij moeten schrijven. Van wat of wie moet dat? Van niets en niemand. Er is geen inkomen mee gemoeid en geen deadline, zoals bij grote schrijvers. Integendeel, het schijven en schrappen mag bij wijze van spreken eindeloos doorgaan, tot de dood er op volgt. Juist daardoor kost het klauwen vol tijd. En tijd is geld. Bij de kleine schrijver gaat het dan ook niet om productie en inkomen, maar om een heilig moeten. Hoewel, riekt dat heilige niet teveel naar religie? In dat opzicht heb ik inderdaad de schijn tegen, want origineel ben ik van christelijken huize. In mijn jongere jaren heb ik 'de tale Kanaäns' met paplepels vol binnengekregen.

Ook door de titel 'Schrijven als roeping' laad ik natuurlijk een zekere verdenking op mij. Want als het vroeger in onze zuil (GJV, NCRV, ARP, CBTB) over een roeping ging, kon je er donder op zeggen dat men weer met een fameuze Bijbelse figuur op de proppen kwam. Aartsvaders, profeten, richters, koningen en apostelen: zij werden geroepen, veelal van hogerhand. Maar al is mijn roeping beslist van hetzelfde kaliber, hij komt niet van hogerhand. Als ik honderd jaar geleden geleefd had, zou ik het misschien nog een hogere macht in de schoenen hebben geschoven. Maar als kleine schrijver anno 2015 houd ik het op een innerlijke roeping. Het schrijven is simpelweg onontkoombaar.

Hoe dat precies zit, daar valt geen universele verklaring voor te geven. Bij elke kleine schrijver ligt dat weer anders. Het ene schrijvertje wil simpelweg verhalen, een ander verklaren, een derde verwonden, een vierde verleiden. De intenties achter het schrijven zijn legio en kunnen bovendien in oneindige samenstellingen worden gecombineerd. Als bloemen in een boeket, waarvan er niet een hetzelfde is. Bij mij staat de verklaringsdrift voorop, waarbij ik toch ook wel licht verteerbaar wil schrijven. Mijn vakbroeder Erik Bleske neigt juist naar de andere kant. Hij zoekt veel minder het waarom, en legt zich meer toe op beschrijflijke schoonheid.

Door de onontkoombaarheid van het heilig moeten is de kleine schrijver zowel getekend als geketend. Getekend is hij te pas en te onpas door waakzame, observerende of peinzende blikken. Altijd alert op een inspirerende samenloop van personen, omstandigheden en locaties. Die, als ze bij hem een idee wakker kussen, hem laten verzinken in een staat van reflectie grenzend aan totale absentie. Geketend is hij niet minder, aan zijn pen, zijn schrijfmachine of zijn digitale unit met tekstcorrectie. De ene kleine schrijver laat dit alles over zich komen; hier is geen kruid tegen gewassen. Men mag hopen dat hij een bestseller afscheidt, zodat er toch nog enig maatschappelijk nut valt te noteren. Een ander probeert het heilig moeten toch nog enigszins in een leefbare en voor anderen aanvaarbare vorm te gieten.

Zelf reken ik mij tot de laatste categorie, al zullen er omstanders zijn die daar anders over denken. Maar op werkdagen bijvoorbeeld houd ik mij in, want de centen van de baas zijn niet van blik. En zelfs op vrije dagen geef ik mijzelf niet de vrije teugel, maar hanteer ik een stramien waarin vrijheden en beperkingen listig ineen zijn gevlochten; je bent calvinist of niet. De ochtend is voor het lezen van nieuws; men wil niet weten wat er in een willekeurig gisteren allemaal kan gebeuren. Daarna doe ik een stukje lichamelijk werk waarbij de geest niet honderd procent aanwezig hoeft te zijn. Het vrijvallende stukje geest mag dan alvast wat preluderen op de avond. Want dan is het schrijftijd, vaak alleen ter vastlegging, soms ook ter publicatie. Voor promotie blijft er welgeteld geen seconde over. En zo houden kleine schrijvers zichzelf klein.

 

Delicious Digg Facebook Fark MySpace