Geplaatst: Woensdag 28 augustus 2013 - 0 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Watertijgers

 =   Watertij - HOMER

 

In gedachten verzonken doe ik de afwas. Vlak voor mijn neus een harde bons, tegen het keukenraam. Het duralex drinkglas valt uit mijn getheedoekte handen en spat uiteen op de keukenvloer. Wel gloeiende… Maar dat komt later. Ik kijk door het raam naar beneden, want na de bons komt vaak de val. Daar, in de voortuin, zit een volwassen merel, een vrouwtje. Het dier kijkt om zich heen. Lijkt niet versuft. Even later vliegt het weg, de heg in langs de oprit. Ik kijk nog eens en zie dan een vormeloos hoopje veren. Een andere merel, ook een vrouwtje, plat op de grond en zo mors als een pier. Twee jongedames, samen naar de kroeg geweest. Eentje heeft het niet overleefd.
 
De vogelkroeg staat achter ons huis, in de hoek van de tuin. Een grote morellenboom, afgeladen met kleine kersen. Plukken doen we niet meer; ze zijn voor de merels, de spreeuwen, de duiven. Het gevogelte kent de procedure; het is gratis en zelfbediening. Ze weten haarfijn welke kersen ze moeten hebben: hoe donkerder, hoe rijper, hoe zoeter. De rijpste exemplaren gaan gisten, en kweken scheutjes alcohol binnen hun schilletjes. Vogels doen niet aan de Bob. Licht aangeschoten of half dronken, het maakt niet uit. Eenmaal zat, duiken ze plompverloren de gebladerde kroeg uit en gaan vrolijk op de wieken.
 
Vergissen is niet alleen menselijk. Zo teut was de gesneuvelde mereldame, dat ze dwars door ons huis dacht te vliegen. In plaats van sierlijk er omheen, zoals nuchtere merels feilloos doen. Het drama houdt aan. In het weekend bewandel ik de achtertuin. Een krioelende massa trekt de aandacht. Gladde aasvliegen, die het karkasje van een andere merel bevolken. Ze benen het uit tot de laatste vezel. Een bijna volgroeid exemplaar, schat ik zo in, uit een eerste legsel. Groot als ze zijn, volgen ze hun merelpa of -ma op de poot, bedelend om een hapje insect of wurm, terloops de kunst van het overleven afkijkend. Misschien hoort dit verhongerde jonkie bij de in beschonken staat verongelukte mereldame. Die nog steeds in de voortuin ligt, bedenk ik mij. Onder een struik geschoven, want het duralex glas moest eerst geruimd.
 
Nu kunnen we moeder en jonkie samen begraven, achter in de tuin. Herenigd in de dood. Niet onder de morellenboom; die is vruchtbaar genoeg. Op het paadje naar de andere hoek ligt iets donkers: een klompje veren. Een piepjong mereltje, met onhandige fladderflapjes. Uit een tweede legsel, en net uit het nest. Als ik in de buurt kom, gaat het snaveltje wijd open. Och gut, zegt mijn eigen dame, en gaat acuut op pierenjacht. Ik wil het diertje in de struiken zetten, uit het oog van katten. Piepend mept het van zich af en fladdert voor mij uit. Goed zo, alive and kicking. Pa en ma zullen niet ver zijn; onze tuin herbergt een ware mereldynastie. Dus eentje meer of minder...  Maar toch: een mereldame en haar jonkie. In vogelperspectief blijft het een drama.
 
 
Delicious Digg Facebook Fark MySpace