Geplaatst: Zondag 11 maart 2018 - 15 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Profielschets van de kleine schrijver

▄▄  Schelf 2018 - HOME

 

Sociaal Culturele Hoofdstad Europa Leeuwarden Friesland 2018

DWJM Sociaal / Schelf Kalender


Precies klein genoeg

Zo te zien doet de opkomst bij De Kleine Schrijfwedstrijd recht aan de naam. Drie mensen, mogelijk vier, hebben een bijdrage geleverd. Dus ja, zo gaat dat bij een Kleine Schrijfwedstrijd. Maar vanwaar de onzekerheid over het aantal bloggers? Dat komt doordat een van de veronderstelde deelnemers niet heeft aangegeven dat hij meedoet. Het zou ook een spontane bijdrage aan DWJM Sociaal kunnen zijn. Dus tellen we drie geldige bijdragen. En dat terwijl er drie prijzen zijn te vergeven. Daarmee kunnen we alleen maar concluderen dat De Kleine Schrijfwedstrijd precies klein genoeg is. Geen deelnemer te weinig, geen prijs teveel.

 

De drie bijdragen

De volgende stap is de prijstoekenning en -uitreiking. Zoals vooraf was aangegeven, hebben wij ons gisteren hierover gebogen. Bijdragen zijn ontvangen van Chantal Kuipers, die schreef over het mooie en ruime Noord-Nederland. Van een totaal ander kaliber was 'De columndictatuur' van Marije Bosboom. Zij deed in haar stuk een poging tot interactie met de lezer. Maar haar dictatoriale insteek, samen met het desolate karakter van DWJM Sociaal, maakte dat er geen gesprek van de grond kwam. Tot slot was daar Bas Kleijweg, die op poëtische wijze een lans brak tegen het klimaatprobleem. En zoals gebruikelijk melden wij nu, dat het lastig was om een winnaar aan te wijzen.

 

Uitreiking door postbode

Uiteindelijk is onze keuze gevallen op 'Planeet van blauwtjes' van Bas Kleijweg. Hij voegt een poëtische insteek samen met een herkenbare oproep. Chantal Kuipers zit hem op de hielen, met haar prozaïsche ode aan Noord-Nederland. Marije Bosboom doet hier vrijwel niet voor onder, met haar dominante dictaat. Daarmee is de volgorde van de prijzen bepaald. De uitreiking is een ander verhaal. Zoals dat past bij De Kleine Schrijfwedstrijd, zijn er geen grote festijnen aan verbonden. Wij nodigen de winnaars uit hun adressen per e-mail door te geven. Intussen maken wij de balans op van de beschikbare prijzen. De winnaar heeft de eerste keuze, enzovoort.

 

Achterwaarts          Voorwaarts

=   Watertij - HOMER 

alt

Geplaatst: Woensdag 20 april 2016 - 6 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Profielschets van de kleine schrijver

Kleine auteurs smoezen onderling veel en vaak over het voeren van de pen. Soms op afspraak in groepsverband; dan weer spontaan zomaar ergens. Logisch ook. Want wat doet een schrijver als hij niet schrijft? Denken over schrijven. En als hij niet alleen is? Praten over schrijven.

=   Watertij - HOMER   

Beste Hajo,

We hadden het erover, laatst op de verjaardag van onze gemeenschappelijke zwager. Jij, intussen bijna fulltime schrijver, en ik, af en toe wat krabbelend in de marges van de werkweek. Maar wie weet; het pensioen gloort aan de horizon. Ons praatje tussen koffie en gebak heeft mij nogal nieuwsgierig gemaakt naar je eerste boek. Ik herinner me vaag dat er een thematiek in zit waar ik ook ooit wat mee gestoeid heb. Maar precies weet ik het niet meer. Hoe dan ook, ik ga het zeker lezen!

Ja, het uitgeefproces kost veel tijd en energie, maar leuk om mee te maken. Ik zag trouwens je titel al her en der op internet staan, maar nog zonder voorkant of flaptekst. Dat zal dan wel komen op of na de datum van publicatie. De promotie is een verhaal apart. Ik moet je bekennen dat ik indertijd grote plannen had voor dat traject. Verder had de uitgever mij allerlei pr inspanningen voorgespiegeld. Maar dat bleek uiteindelijk een nogal passieve dienstverlening tegen een stevige betaling.

De praktijk was een harde leerschool. Promotie kost veel tijd, maar die tijd had ik niet of nauwelijks. Na een jaartje was het weer in de benen gezakt. Gelukkig dekten de verkopen net de voorinvesteringen. Want zo werkte het toen bij mijn 'printing on demand uitgever'; zelf je boeken inkopen en zelf ook verkopen. Het boek is nog steeds te krijgen, al is de omzet ver weggezakt na een verkooppiek(je) in het begin. Ironisch detail: ik heb kort geleden mijn eigen boek gekocht, hier in de bibliotheek. Het lag er een beetje sneu bij, tussen de andere afgeschreven boeken.

Maar laat je niet in de put praten; er zijn ook andere voorbeelden. En ik heb wel wat tips. Zelf deed ik vooral digitale promotie, ook omdat ik weinig tijd had. Eigenlijk ben ik gewoon een slechte verkoper, vooral als het om iets van mijzelf gaat. Dat is dan ook de eerste tip: weg met de drempelvrees, mocht je die voelen. De paden op, de lanen in. Men ziet graag een schrijver van vlees en bloed met een persoonlijk verhaal, naast de promotie via internet. Opties te over: lezingen, handtekeningensessies en andere acties van boekwinkels en bibliotheken. Die willen zelf ook graag, in de strijd om de klant en tegen de ontlezing.

Maar alles begint met de startpromotie. Dat is natuurlijk HET moment om flink uit te pakken. De klassieke manier: overhandiging van je boek aan een relevant en vooral spraakmakend iemand. Met als het even kan een persbericht vooraf. Beter nog: combineer het met, of vervang het door een stunt die je in één keer in de landelijke publiciteit brengt. Wat pr betreft kun je niet hoog genoeg insteken. Er is zoveel mediageweld, dat je echt iets bijzonders moet doen om de aandacht te pakken en even vast te houden. Ik spreek uit ervaring...

Want dat is de anticlimax van mijn verhaal. Bij de publicatie van mijn boek heb ik mij grondig verkeken op de marketing. Van de tips die ik noemde, heb ik zelf heel weinig in praktijk gebracht. Wel over nagedacht, maar niet van gekomen. Druk, druk, druk, waan van de dag, twijfel, uitstellen. Het was misschien ook een halfbewuste keuze om het zo te doen. Want als ik toch actief aan het promoten was, kwam ik aan schrijven niet meer toe. En voor alles zijn we toch schrijvers. En geen marketeers.

Hoe dan ook, bij dit alles wens ik je veel succes en vooral ook heel veel plezier! Geniet ervan.

Hartelijke groet,

Steven

 

Geplaatst: Zondag 13 december 2015 - 0 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Profielschets van de kleine schrijver

Wel grappig, zo'n Writer's Block. Totdat het jezelf overkomt. En dat zijn echt niet alleen de grote auteurs. Ook de kleine schrijvers kunnen er wat van. Maar dat hangen ze (meestal) niet aan de grote klok.

 

=   Watertij - HOMER  

Jazeker, ook de kleine schrijver kan te maken krijgen met een Writer's Block. Dat is echt niet voorbehouden aan de grote jongens. Waaronder trouwens steeds meer grote meisjes. Een ander misverstand is dat kleine schrijvers slechts kleine Writer's Blocks hebben. Maar ook dat is niet waar. Een kleine schrijver kan gekweld worden door een reusachtige schrijversblokkade. Zo ken ik kleine schrijvertjes die in hun jonge jaren elfjes noteerden en daarna de overstap waagden naar diepzinnige haiku's, maar die na hun twintigste geen letter meer op papier kregen. Dat zal een grote schrijver niet snel gebeuren. Want dan sterft hij de hongerdood wegens geldgebrek.

Het grote verschil is dat je kleine auteurs niet snel hoort klagen over hun schrijversblok. Ze hebben genoeg andere dingen aan hun hoofd, om zich druk te maken over een schrijfseltje dat niet wil vlotten. Nee, dan hebben echte schrijvers veel meer reden om in de stress te schieten als het even niet lukt. Vastgebakken als ze zitten aan imago, contracten, deadlines, voorschotten, en wat dies meer zij. De kleine schrijver zoekt gewoon afleiding in zijn echte werk, maar voor de grote schrijver is schrijven het echte werk. Als ik plots niet meer bekwaam zou zijn tot mijn vaste baan, zou ook van mij zich enige paniek meester maken.

Zelf zweer ik bij shocktherapie. Als het schrijven even niet wil, heb ik een plotselinge stimulans nodig die de adrenaline door mijn aderen jaagt. Ik herinner mij de klim in de glibberige giek van een enorme bouwkraan bij een project naast ons huis. Mooie gelegenheid om ons eigen stulpje eens van bovenaf te fotograferen. Helemaal bovenin tijdens het schieten van de plaatjes schoot ik bovendien in de hoogtevrees. In het jaar daarna heb ik veel nachtmerries gehad en tussendoor mijn eerste en enige jeugdroman geschreven. Kennelijk is het resultaat van shocktherapie beperkt, want het manuscript wacht nog steeds op een uitgever. Maar dat is een blog op zich.

Het Writer's Block van de kleine schrijver is ook veel gevarieerder. Dat het niet wil, is maar één reden. Een andere is dat de tijd ontbreekt. Zo heb ik het de laatste weken druk gehad met Sinterklaas, het werk, klussen en natuurlijk de Dag van de kleine schrijver op 10 december. Weer een ander moment heb je gewoon even geen zin, moet je de jaarlijkse kledinginkopen doen, doe je mantelzorg of gaat er een nakomeling in de eerste graad verhuizen. Die veelkleurigheid van de blocks is maar één van de facetten die het leven van de kleine schrijver zo boeiend maakt. Elke morgen bij het opstaan weer dezelfde vraag: uit welke vijftig tinten is mijn schrijversblok nu weer opgebouwd?

De aanleiding tot dit alles is de toestand op DWJM. De laatste blog dateert alweer van drie weken geleden, wat zelfs voor DWJM uitzonderlijk lang is. Hadden we dan toch die spammers met rust moeten laten, zodat er op zijn minst nog enige bladvulling is? Nee, geen concessies aan schrijfpiraten die hier af en toe Pirates King en zijn trawanten proberen te slijten. En ook geen reden tot zorg. Want de schrijfpauze op DWJM is slechts de bonte optelsom van allerlei schrijversblokkadetjes. Heel gebruikelijk in deze drukke decembermaand.

Desalniettemin kan shocktherapie geen kwaad. Ik stel daarom voor, dat DWJM mee gaat doen aan het evenement Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018. Niet braaf en volgzaam, maar eigenzinnig en oorspronkelijk, om zo recht te doen aan de Friese inborst. Zelf ben ik absoluut niet in de gelegenheid om hieraan te sjorren. Want dan zou ik subiet in een jarenlang schrijversblok verzeild raken. Daarom nodig ik hierbij het conglomeraat van Dutch Volcano uit, om het voortouw te nemen. Natuurlijk doe ik graag mee, maar dan als Blockless Writer. Dutch Volcano, het woord is aan jullie.

 

Geplaatst: Dinsdag 29 september 2015 - 0 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Profielschets van de kleine schrijver

=   Watertij - HOMER 

Kleine schrijvers schrijven niet zomaar; zij moeten schrijven. Van wat of wie moet dat? Van niets en niemand. Er is geen inkomen mee gemoeid en geen deadline, zoals bij grote schrijvers. Integendeel, het schijven en schrappen mag bij wijze van spreken eindeloos doorgaan, tot de dood er op volgt. Juist daardoor kost het klauwen vol tijd. En tijd is geld. Bij de kleine schrijver gaat het dan ook niet om productie en inkomen, maar om een heilig moeten. Hoewel, riekt dat heilige niet teveel naar religie? In dat opzicht heb ik inderdaad de schijn tegen, want origineel ben ik van christelijken huize. In mijn jongere jaren heb ik 'de tale Kanaäns' met paplepels vol binnengekregen.

Ook door de titel 'Schrijven als roeping' laad ik natuurlijk een zekere verdenking op mij. Want als het vroeger in onze zuil (GJV, NCRV, ARP, CBTB) over een roeping ging, kon je er donder op zeggen dat men weer met een fameuze Bijbelse figuur op de proppen kwam. Aartsvaders, profeten, richters, koningen en apostelen: zij werden geroepen, veelal van hogerhand. Maar al is mijn roeping beslist van hetzelfde kaliber, hij komt niet van hogerhand. Als ik honderd jaar geleden geleefd had, zou ik het misschien nog een hogere macht in de schoenen hebben geschoven. Maar als kleine schrijver anno 2015 houd ik het op een innerlijke roeping. Het schrijven is simpelweg onontkoombaar.

Hoe dat precies zit, daar valt geen universele verklaring voor te geven. Bij elke kleine schrijver ligt dat weer anders. Het ene schrijvertje wil simpelweg verhalen, een ander verklaren, een derde verwonden, een vierde verleiden. De intenties achter het schrijven zijn legio en kunnen bovendien in oneindige samenstellingen worden gecombineerd. Als bloemen in een boeket, waarvan er niet een hetzelfde is. Bij mij staat de verklaringsdrift voorop, waarbij ik toch ook wel licht verteerbaar wil schrijven. Mijn vakbroeder Erik Bleske neigt juist naar de andere kant. Hij zoekt veel minder het waarom, en legt zich meer toe op beschrijflijke schoonheid.

Door de onontkoombaarheid van het heilig moeten is de kleine schrijver zowel getekend als geketend. Getekend is hij te pas en te onpas door waakzame, observerende of peinzende blikken. Altijd alert op een inspirerende samenloop van personen, omstandigheden en locaties. Die, als ze bij hem een idee wakker kussen, hem laten verzinken in een staat van reflectie grenzend aan totale absentie. Geketend is hij niet minder, aan zijn pen, zijn schrijfmachine of zijn digitale unit met tekstcorrectie. De ene kleine schrijver laat dit alles over zich komen; hier is geen kruid tegen gewassen. Men mag hopen dat hij een bestseller afscheidt, zodat er toch nog enig maatschappelijk nut valt te noteren. Een ander probeert het heilig moeten toch nog enigszins in een leefbare en voor anderen aanvaarbare vorm te gieten.

Zelf reken ik mij tot de laatste categorie, al zullen er omstanders zijn die daar anders over denken. Maar op werkdagen bijvoorbeeld houd ik mij in, want de centen van de baas zijn niet van blik. En zelfs op vrije dagen geef ik mijzelf niet de vrije teugel, maar hanteer ik een stramien waarin vrijheden en beperkingen listig ineen zijn gevlochten; je bent calvinist of niet. De ochtend is voor het lezen van nieuws; men wil niet weten wat er in een willekeurig gisteren allemaal kan gebeuren. Daarna doe ik een stukje lichamelijk werk waarbij de geest niet honderd procent aanwezig hoeft te zijn. Het vrijvallende stukje geest mag dan alvast wat preluderen op de avond. Want dan is het schrijftijd, vaak alleen ter vastlegging, soms ook ter publicatie. Voor promotie blijft er welgeteld geen seconde over. En zo houden kleine schrijvers zichzelf klein.

 

Geplaatst: Donderdag 25 december 2014 - 2 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Profielschets van de kleine schrijver

=   Watertij - HOMER  

Als kleine schrijver zou je kunnen denken dat het logisch is. Boeken horen in een bibliotheek. Dus waarom jouw boek niet? Maar de werkelijkheid is anders. Boeken van kleine schrijvers zijn niet of nauwelijks in openbare bibliotheken te vinden. Waarom niet? Allereerst omdat veel kleine schrijvers nooit de fase van een zelfgeschreven boek halen. Het blijft bij een verhaaltje hier, een stukje daar en een blogje ginder. Mocht de kleine schrijver na een zware bevalling toch een boekje baren, dan is nog niet gezegd dat het ook uitgegeven wordt. Als er toch een uitgever intuint, betekent het nog niet dat de mensen in de rij staan. Mocht er zich toch een rijtje formeren, dan bestaat die uit zeer goede vrienden en/of uitzonderlijk optimistische familieleden. En zeker geen bibliotheken.

Bibliotheken hebben hun eigen normen. Op een centrale plek presenteren zij trots wat er zoal aan nieuw leesvoer is binnengekomen. Die nieuwe boeken heten aanwinsten; zij zijn de crème de la crème van wat er allemaal is uitgebracht. De toppers, de bestsellers, de musthaves, de toekomstige klassieken. Mogelijk gaat het om maar enkele procenten van wat uitgevers zoal op de markt slingeren. Kanjers van boeken dus. En toch is al deze kanjers al bij binnenkomst hetzelfde lot beschoren. Vroeger of later worden zij door diezelfde bibliotheek weer afgeschreven. Afgeschreven boeken belanden in de bakken voor de uitverkoop. Die bakken krijgen, vaak in vakanties, ergens terzijde een plek. Voor een habbekrats kunnen aspirant toeristen hier hun leesvoer voor onderweg kopen.

Aan de staat en de leeftijd van deze boeken kun je zien, of ze hun status hebben waargemaakt. Liggen ze uit de band, zitten ze vol kreukels en vouwen, zijn ze getekend door snotjes en boekrot, en is het minstens tien jaar geleden dat ze zijn uitgegeven? Klasse! Direct kopen zo'n boek, want al is het gedateerd en verfomfaaid, achter dit afgeleefde uiterlijk schuilt een tekstueel juweel. En al is het nu afgedankt, ooit is het terecht als een aanwinst beschouwd. Maar oogt een afgeschreven boek nog zo goed als nieuw, is het jonger dan vijf jaar en heeft het een rechte rug, pas dan op. Want in dat geval heeft het lezende publiek het links laten liggen. Dan is het ofwel een draak van een tekst, of het literaire niveau is zo hoog, dat het boek slechts voor een zeer select gezelschap is weggelegd.

Het was twee dagen voor Kerst 2014. Traditiegetrouw doorsnuffelde ik in de bibliotheek de bakken met afgeschreven waren. Er hing een heerlijke oude boekenwalm. Het stapeltje onder mijn ene arm groeide, terwijl de vingers van de hand van mijn andere arm over de boeken in de bakken renden. Af en toe even aarzelend, dan weer verder. Er dook een klein blauw boekje op, dat bij mij een eigenaardige emotie teweegbracht. Al heel lang niet gezien, en toch zo volmaakt bekend. Zoals je 's morgens bij het wakker worden nog even geen geluid hoort, zo drong het vertraagd tot mij door. Plots viel alsnog het kwartje, alsof het een pot met gouden munten was. Mijn eigen boek stond daar! Vier jaar geleden had ik het de plaatselijke bibliotheek als lokale aanwinst door de keel gewurmd, betaald en wel. Nu had het zijn cyclus voltooid. De streepjescode op de voorkant vertoonde een rode doorhaling. En binnenin vond ik het stempeltje 'Afgeschreven', met daarbij de naam van de bibliotheek.

Het boekje oogde nog bijzonder gaaf. De rug recht, volledig snotvrij en ongekreukeld. Slechts voor een zeer select gezelschap weggelegd, zullen we maar zeggen. Toch was mijn voldoening oprecht. Mijn geesteskind had het geklaard. Was wel degelijk in andere handen geweest; want ergens achterin ontwaarde ik een smetje en een lichtjes loslatende band. Nu was het, net als de grote aanwinsten, in de eindfase beland: die van de bakken. Nog slechts één belangrijke stap  te gaan. Een koper, die het tweedehands zou aanschaffen, om het daarna levenslang te vertroetelen. In een met aangenaam literair gezelschap gesorteerde, degelijk getimmerde boekenkast. Van massief eikenhout; beuken is ook goed. Ik besloot geen risico te nemen, al is mijn boekenkast van grenen. Bij de kassa rekende ik af. Mijn boekje van 117 bladzijden kostte op de kop af €1, evenveel als een andere aankoop, een dikke pil van 575 bladzijden. Ik vond dat wel terecht. Kwaliteit verloochent zich niet.

 

Geplaatst: Zondag 13 april 2014 - 4 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Profielschets van de kleine schrijver

  =   Watertij - HOMER 

Kleine schrijvers zijn klein. Maar dromen doen ze in het groot. Neem bijvoorbeeld mijzelf. Eén van mijn grootste dromen is dat ik ooit nog eens verfilmd ga worden. En dan niet mijn eigen persoon, maar iets dat ik heb geschreven. Waarom is dit een grote droom? Ten eerste omdat ik in dit geval een grote bioscoopfilm voor ogen heb. Van een grote regisseur, en met grote acteurs. Ten tweede omdat ik echt helemaal niets op de plank heb liggen, dat ook maar in de verste verte geschikt is om te worden verfilmd. Die plank is sowieso akelig leeg. Want zo staat het er vaak voor bij kleine schrijvers.

 
Maar vandaag gaat dat veranderen. Want het leuke aan elke grote film is, dat het ooit begon met een klein idee. Een heel klein idee soms, maar wel een knettergoed idee. En wie zijn er per definitie goed in kleine ideeën? Kleine schrijvers. Van kleine schrijvers zijn er namelijk heel veel. Alleen al in Nederland breek je er de benen over. En ze hebben weinig tijd. Daarom komen ze vooral met kleine tot zeer kleine ideeën. Maar met z´n allen produceren ze wel een ontzaglijke berg van die ideetjes. Dat vergroot de kans dat er hier en daar een keigaaf exemplaar tussen zit. Alleen: vind die maar eens. Speld in een hooiberg.
 
Maar daarin schuilt juist de kick: de ontdekking van de onvindbaar kleine schrijver. Dus verstop je als schrijvertje expres een minuscule speld in een gigantische hooiberg. Als die speld ooit ontdekt wordt, zal het mirakel des te groter zijn. En daar is het de kleine schrijver uiteindelijk om te doen. Al is dit natuurlijk ook de reden dat veel kleine schrijvers alsmaar klein blijven. Ze verstoppen hun spelden te goed. Maar dan opeens is er die ene, die wel gevonden wordt! En diep in elke kleine schrijver leeft het rotsvaste vertrouwen dat hij (m/v) die ene zal zijn. Zodoende. Daar gaan we dan. Stap 1 in het proces van het kleinste ideetje naar de grootste film.
 
Allereerst de taal waarin het idee geschreven gaat worden. Die moet bescheiden zijn: het Nederlands dus. Het Fries zou nog beter zijn, maar mijn kennis van de Friese taal is poermin. De plek waar ik mijn idee lanceer is een uithoek van ons petieterige lage landje: het noorden. Dan die reusachtige hooiberg waarin ik mijn idee ga verstoppen. Dat is natuurlijk het www, ook wel bekend als het internet. En waar kan ik mij beter verschuilen met mijn filmidee, dan in een blog op DWJM? Want DWJM is misschien wel het dunst geweven sociale webje ter wereld. Met blogs die wel gelezen worden, maar vooral op regenachtige zondagochtenden.
 
Hoe kan ik mijn speld nog dieper in de hooiberg wegstoppen? Door deze speld, oftewel mijn filmidee, zo klein mogelijk te houden. Laten we zeggen: twee woorden. Voor een goed verstaander is dat meer dan genoeg. Lees dus en huiver. Twee woorden slechts. `Ingevroren papa.´ Is dat het? Ja, dat is het. De weg is nog lang, maar stap 1 is gezet.
 
Wat? Dat wordt niets zo? Bespottelijk idee? PR van het jaar nul? Misschien is dat zo. Maar dat is juist de kick, zoals ik al heb uitgelegd. We doen de Engelse vertaling er alvast bij. `Frozen daddy.´ Want vergis je niet. Rutger Hauer woont hier bijna om de hoek. En hij kent Steven Spielberg. Hoe moeilijk kan het zijn.
 
 
Geplaatst: Zaterdag 18 januari 2014 - 0 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Profielschets van de kleine schrijver

 =   Watertij - HOMER

 

O ja, die profielschets van de kleine schrijver. Hoogste tijd voor weer een opvallend kenmerk. Kleine schrijvers blijven graag dicht bij zichzelf. Want wat eigen is, daarover schrijven ze het gemakkelijkst en het liefst. Wat natuurlijk ook het beste resultaat oplevert. Schrijven over wat eigen is gaat niet vanzelf. Daarvoor moet de kleine schrijver zijn eigen ‘roots’ kennen als zijn broekzak. Hij weet dus waar hij is geworteld, en heeft daar iets speciaals mee.

Hij zou er zelfs over willen zingen, als de kleine schrijver dat kon. Maar dat kan hij niet, want dan was hij wel kleine zanger geworden. Maar hij zou het willen: zingen over zijn wortels. Vrolijk of triest, met heimwee of met opluchting. Of met nog andere emoties. Zelf heb ik mijn roots ooit eens laten berijmen door zielmaat Erik. Het zingen zal er wel niet van komen, kleine schrijver als ik ben.

 

 

Lied van het Noorden
 
In Drenthe geboren; ik ga er graag heen
en droom van de bossen rond Odoornerveen.
Soms mis ik de heide van ´t Dwingelderveld.
En kuddes vol schapen: ik heb ze geteld.
De nacht was er donker, de hemel briljant.
En ook als de zon scheen was Drenthe mijn land.
Maar ouder en wijzer keek ik om me heen
en zag dat er meer is dan Drenthe alleen.
 
     Het noorden, het noorden: nog schoon en nog wijd.
     Een noorderling ben ik. Dus ga ik altijd
     terug naar het noorden; dat wil je niet kwijt.
     Daar kom je op adem; daar vind je nog tijd.
 
 
Getogen in Groningen, zeker en vast.
Ik ken alle weggetjes naar Lutjegast.
´t Kasteeltje van Wedde: ik kwam er zoveel,
zag zeeën vol koolzaad, nog geler dan geel.
De stad in het midden is net een magneet:
de plek waar ik vrolijk mijn studietijd sleet.
Men zegt dat er niets boven Groningen gaat.
Maar iedereen weet dat er zoiets bestaat.
 
     Het noorden, het noorden: nog schoon en nog wijd.
     Een noorderling ben ik. Dus ga ik altijd
     terug naar het noorden; dat wil je niet kwijt.
     Daar kom je op adem; daar neem je de tijd.
 
 
In Zwolle daar ritsen twee treinen aaneen.
Ik reis naar het zuiden; soms wil je daar heen.
Ook dat heeft zijn charme, maar toch ben ik blij
wanneer ik weerom naar het Noorderland rij.
Maar dan splitst in Zwolle de trein weer uiteen.
Kies ik nu voor Groningen of Heerenveen?
Het maakt me niet uit als mijn trein het maar doet.
Ik reis naar het noorden en dan is het goed.
 
 
Nu woon ik in Friesland en voel er een band.
Ik fiets door de dorpjes van Smallingerland
en dwaal langs de Wadden: soms nat, dan weer droog,
zoek rust in de duinen van Schiermonnikoog.
Ik vond er de liefde, en Friesland was fijn,
al bleek toen mijn liefje een Drentse te zijn.
Maar Drents, Fries of Gronings: ik ben alle drie,
zodat ik mijzelf graag als noorderling zie.
 
     Het noorden, het noorden: nog schoon en nog wijd.
     Een noorderling ben ik. Dus ga ik altijd
     terug naar het noorden; dat wil je niet kwijt.
     Daar kom je op adem; daar heb je nog tijd.
 
 
Erik Bleske

 

Geplaatst: Zondag 8 december 2013 - 0 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Profielschets van de kleine schrijver

 =   Watertij - HOMER 

 
Eindelijk is het zover. Anno 2013 blijft het in Drachten rustig rond 10 december. Hoezo? Wel, drie jaren lang was 10 december de slotdag van het Festival van de blije schrijver. Een digitaal schrijversfestijn, dat zich vooral afspeelde op DWJM. De restanten van 2010, 2011 en 2012 smeulen her en der nog na op deze webstek. Maar waarom was de afsluiting steeds juist op die dag? Natuurlijk weet iedereen het antwoord. 10 december is de jaarlijkse Dag van de kleine schrijver.
 
De Dag van de kleine schrijver bestaat sinds 2009. En nu al pronkt deze speciale schrijversdag op elk jaaroverzicht van bijzondere dagen. Alle ins en outs zijn met een paar googels op het www te vinden. Maar nu deze dag zijn plek op de kalender heeft veroverd, is het  tijd voor de volgende stap. Ook in Drachten. De festivals hebben drie jaar lang jullie schrijfgenen gekieteld. Maar nu wordt het tijd dat de echte kleine schrijvers opstaan. Daarom de vraag: wie is een echte kleine schrijver?
 
Lastige kwestie. Want we leven in een dynamische tijd. Een tijd waarin je overal hoort dat Nederland ontleest. Kleine schrijvers zijn daarvan het eerst de dupe. Ze werden al weinig gelezen. En door de ontlezing wordt dat alleen maar erger. Hoewel, erger… Laten we het positief benaderen. Ze worden nog kleinere schrijvers dan ze al waren. Kortom, ontlezing tekent juist een klimaat waarin kleine schrijvers goed gedijen. Tenminste als ze niet teleurgesteld de kroontjespen erbij neergooien.
 
En dan komt de Dag van de kleine schrijver op de proppen. Want juist die ene speciale dag op 10 december is bedoeld, om kleine schrijvers waar ook in Nederland een hart onder de riem te steken. Maar dat gaat niet vanzelf. Je moet dan wel die riem dragen. Om als schrijver je eigen broek op te houden. Dus kleine schrijvers, 10 december niet vergeten. En ga dan ook iets doen, iets schrijvigs. Alleen of samen. In de huiskamer of en plein public.
 
Samenvattend: de profielschets van de kleine schrijver begint op 10 december. Met enige regelmaat en stap voor stap zullen wij dit profiel hier verder uittekenen. Zodat op een gegeven moment jullie het allemaal weer zullen weten. Waaratje, ik ben een kleine schrijver! Maar wat, als je niet in het geschetste profiel past? Helaas, dan val je af. Je bent dan kennelijk te groot geworden.