Geplaatst: Woensdag 18 juli 2018 - 11 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Watertijgers

▄▄  Schelf 2018 - HOME


Sociaal Culturele Hoofdstad Europa Leeuwarden Friesland 2018

DWJM Sociaal / Schelf Kalender


Paard in de gang

'We' waren er niet bij. Ons Oranje ontbrak. En dus werd het WK Voetbal 2018 hier in Nederland direct een stuk minder serieus genomen. Maar ook de NOS droeg daaraan bij. Als je elke keer Studio Rusland laat beginnen met de eerste drie noten* van carnavalshit 'Er staat een paard in de gang', dan neem je het onderwerp niet serieus. Bovendien leidt het af. Want stel dat je in de pauze even vlug wilt toiletteren. Dan wil je wel zeker weten dat je geen paard tegenkomt. Voor mensen met controledwang komt er dan weinig terecht van het voetbal kijken.

 

Wereldspelletje

Maar laten we dit even vaststellen. Of Oranje wel of niet meedoet, voetbal blijft een wereldspelletje. Er is geen wereldkampioenschap dat het mensdom zo biologeert, als het WK Voetbal. Zelfs de Belgen waren heel even één land en één volk; de wonderen zijn de wereld nog niet uit. De Rode Duivels boden zelfs een redelijk alternatief voor Oranje. Door de NOS tijdelijk in te ruilen voor België Een, konden we in onze eigen volkstaal, maar dan sappiger, de goed verteerbare verrichtingen volgen van 'onze' Rode Duivels. En met zowaar onze eigen Jan en Youri Mulder aan tafel. Toch, ondanks de hoge salarissen, de media-aandacht en de volle stadions: het blijft een spelletje.

 

Harde werkelijkheid

We zijn twee dagen verder en het WK 2018 vervluchtigt. De huldigingen zijn geweest, inclusief rellen, roof en aanrandingen in Franse steden. Het geeft aan dat de harde werkelijkheid weer onder ons is. Een planetaire werkelijkheid, zo ongeveer als de laatste minuut van de extra speeltijd in de verlenging. Waarin we de achterstand moeten ombuigen in een winnende voorsprong. We hebben kramp, zijn geblesseerd en door onze wissels heen. De scheidsrechter fluit tegen ons en het stadion loopt leeg. Maar de kampioensbeker schittert in de zon. We stropen de mouwen nog eens op. Het is alles of niets voor ons wereldje. No guts, no glory.

 

 * In dit fragment is het bewijs te horen. Na 2018 niet meer beschikbaar.

 

 Achterwaarts          Voorwaarts

 

=   Watertij - HOMER 

alt

Geplaatst: Donderdag 4 mei 2017 - 7 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Watertijgers

 ▄▄  Schelf 2018 - HOME

 

Sociaal Culturele Hoofdstad Europa Leeuwarden Friesland 2018

DWJM - Drachten Wil Je Meemaken

 

Een beslommerloos bestaan

We hebben het dus niet gedaan. Wat niet? Belastingaangifte. Nee, ook geen uitstel aangevraagd. Helemaal niets. Als Www&wwW willen wij ons namelijk niet bezig houden met beslommeringen van fiscale aard. Eigenlijk willen we helemaal geen beslommeringen. We mikken op een beslommerloos bestaan. Kan dat dan zomaar? Dat zien wij wel; we gaan het rustig van jaar tot jaar bekijken. Voor de aangifte over het boekjaar 2016 waren we er snel uit. We hoeven geen aangifte te doen. De reden is van een verbluffende eenvoud. In 2016 bestond Www&wwW nog niet.

 

Volledig inkomstenloos

Natuurlijk kunnen wij dat kunstje niet nog eens flikken. We zullen voor minstens een flink deel van 2017 moeten toegeven dat Www&wwW een bestaande entiteit is. Maar intussen bouwen we naarstig aan een constructie, waardoor we ook voor 2017 niet aangifteplichtig zijn. Je moet allereerst zorgen dat je geen inkomsten hebt. Geen salaris, geen loon, geen fee, geen fooi. Geen afkoopsom, geen provisie, geen honorarium, geen winst. Van een kale kip kun je nu eenmaal geen veren plukken. Wij zijn die kale kip. We kakelen rustig door, maar zijn fiscaal onplukbaar.

 

Nul op de rekening

We zijn onplukbaar, tenminste zolang we geen inkomen, maar ook niet teveel bezittingen hebben. En ja, wat is nou helemaal onze Hooykiep. Dat kun je moeilijk zien als een gigantisch belastbaar vermogen. Om het ook verder overzichtelijk te houden, blijven zowel Www&wwW als de Hooykiep 100% geldstromenvrij. Er gaat nog geen dubbeltje in of uit. Hef daar maar eens belasting over. En tot slot verhandelen we ook nog eens drie keer niks. Of het moet een handeltje in goodwill zijn. Goodwill is nogal liquide, dus dat zit wel goed. Maar verder is het tamelijk ongrijpbaar.

 

Virtueel en fictief

Tot slot zetten we alles op alles, om zoveel mogelijk virtueel en fictief te zijn. Dat zegt nog niet alles. Er zijn tegenwoordig virtuele omgevingen waar geld en andere digitale waardepapieren rondgaan. Dus kan zich achter elke virtuele struik een inspecteur der belastingen hebben opgesteld. Ook fictieve goederen ontsnappen niet altijd aan het grote afromen. Neem bijvoorbeeld een roman, die uit pure fictie bestaat. Als het een bestseller is, weet de fiscus ook hier de geldkraan te vinden. Maar alweer hebben we mazzel. Wij doen niet aan bestsellers.

 

=   Watertij - HOMER 

 alt

 

Geplaatst: Maandag 10 oktober 2016 - 7 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Watertijgers

Nog even en dan komen ze weer aan de deur: groepjes kinderen met een lichtje en een liedje. Of misschien komen ze niet. Want Sint Maarten is in een felle concurrentiestrijd verwikkeld.

 

=   Watertij - HOMER 

Onderweg naar Sint Maarten raak ik bevangen door weemoed. Bij onze voordeur treden elk jaar minder kinderen op. Het loont niet meer. Bij de talentenjachten op tv, daar moet je zijn met je zangkunsten. Daar wordt het grote geld verdiend. Heel Nederland ligt aan je voeten, dus vergeet op 11/11 dat rondje door een paar verregende straten. Laat dat flodderige led-lampionnetje voor wat het is en stap in de echte schijnwerpers. Ik snap het wel, maar toch ben ik er voor dat jong talent klein begint. Lang leve dus Sint Maarten! En beste kinderen, wees niet bang om op 11 november weer op pad te gaan in Drachten. Want zoals Frank Sinatra ooit al zong: 'When I can make it there, I'll make it anywhere'. Met andere woorden: als je het eenmaal in Drachten hebt gedaan, dan kun je het overal. Zoals bijvoorbeeld in New York, een knus dorpje ergens in Amerika.

Een paar tips, gebaseerd op eigen ervaring. Neem met Sint Maarten geen mondharmonica mee. Het liedje wordt dan al snel te mooi. Zodat je het overal moet herhalen,omdat er steeds meer mensen bij de deur verschijnen. Maar daarbij gaat je honorarium niet omhoog, zodat de kosteneffectiviteit onder druk komt te staan. Contractueel kun je ze niets maken, want je opereert in een aanbodmarkt, waarin men echt niet vooraf financiële verplichtingen zal aangaan jegens de optredende performer. Als je gepusht wordt je liedje nog eens te doen, gebeurt er het volgende. De inspanningsverplichting wordt een prestatieverplichting, waarbij het risico volledig bij de kunstenaar ligt. Daardoor valt het ook niet te verzekeren. De output krijgt plots een verplichtend karakter, met een onzekere afloop. En dit alles zonder dat het vaste tarief overgaat in een prestatiebeloning met navenant bonusstelsel.

Tot slot viel het ons bij Sint Maarten altijd op, dat hoe verder je het dorp achter je liet, hoe langer je moest lopen van deur tot deur. Ook nam het percentage honden exponentieel toe. Maar dat gold gelukkig even goed voor de honoraria; in de agrarische periferie kon je pas echt goudgeld bij elkaar musiceren. Maar of dat bij de hedendaagse melkprijzen nog steeds zo is, waag ik te betwijfelen. Mijn advies: doe gewoon een klein liedje, zing het niet te mooi en zorg voor korte looplijnen.

 

Geplaatst: Maandag 16 mei 2016 - 5 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Watertijgers

Andere lage landen zijn eerder de pineut. Maar ook in Nederland houden we het op termijn niet droog. Voor wie nog twijfelt, deze beschouwing. Hoe wij gefaseerd naar de haaien gaan.

 

=   Watertij - HOMER 

Stel dat ik er niet over zou schrijven. Dan zou ik mijn achternaam niet waard zijn. Want wat is er loos? Nederland gaat naar de haaien. Ik schrijf in de tegenwoordige tijd, want het loopt al een tijdje. Met de Deltawerken dachten we dat we de zee in onze achterzak hadden. Maar nu zee en klimaat een monsterverbond hebben gesloten, vechten we tegen een overmacht. Met dramatische gevolgen. Een drama in fasen, dat dan weer wel.

De eerste fase is al gaande: die van de waarschuwende overheid. 'Nederland leeft met water'. Dat wisten we allang. Waarom dan deze boodschap van onze regeerders? Om ons in te peperen dat het zeemonster uit het gevang is ontsnapt, en nu wraak wil nemen. Wraak op ons ijdele landbewoners, die denken dat ze alles kunnen maken. De waarschuwende fase zal zich uitstrekken tot in de 22ste eeuw. Nog geen centje pijn. Hoewel?

Want stiekem is dan ook de tweede fase begonnen. De zeespiegel is flink gaan stijgen. Denk aan 1 meter rond het jaar 2100. Ergens in de 22ste eeuw zal de 2 meter worden gepasseerd. Dit valt nog te repareren door onze waterbouwers, met inzet van veel inventiviteit en investeringen. Nog geen grote verrassingen; land blijft land, water blijft water. De waterveiligheid raakt mogelijk wel in het geding. Bijvoorbeeld doordat de schatkist eraan gaat knabbelen.

Ergens in de 22ste eeuw zal de derde fase zich aandienen. Of anders in de eeuw daarop; we kijken niet op een dag. Het is de fase dat we ons land beginnen kwijt te raken aan de zee en de rivierdelta. Als bewoners van het afvoerputje van Europa, moeten we alsmaar het aanstromende water naar zee sjouwen. Dat valt niet mee vanuit een steeds dieper gat, met oprukkend hoog water rondom. Zeker niet als we rond het jaar 2500 een 15 meter hogere zeespiegel  mogen begroeten. De keuze is eenvoudig: verzuipen of (wan)ordelijk terugtrekken.

Een scheutje verantwoording is nooit verkeerd. Vertrekpunt voor deze blog is een worstcase scenario voor de situatie op en rond Antarctica. Veel andere klimaateffecten (Groenland, zeewateruitzetting, Noordpool) zijn niet meegenomen. Ook een verminderde uitstoot van broeikasgassen niet. Maar wat is worst case? Het ijs op en rond de Zuidpool hangt aan elkaar van onzekerheden, en daarmee van risico's. Gelukkig weten we steeds meer. Maar hoe meer we weten, hoe meer het tegenvalt. Goed moment om te gaan beleggen. In zandzakken.

Disclaimer

Dit is een interpretatie van een globale beschrijving van een modelstudie over Antarctica. Het is geen voorspelling. Aan deze blog kunnen geen rechten worden ontleend. Hooguit plichten.

 

Geplaatst: Zaterdag 13 februari 2016 - 8 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Watertijgers

Je ziet ze steeds meer en de kranten staan er bol van: gastelingen. Wij Nederlanders weten alles van water. Maar gastelingen, dat is andere koek. Of toch niet helemaal?

 

=   Watertij - HOMER 

De gastelingen zijn onder ons. Op steeds meer plekken duiken ze op. En waar ze tevoorschijn komen, worden ze blijmoedig voorzien van zaken die met een b beginnen. Denk bijvoorbeeld aan bedden. En aan brood. En aan een plek om zich te badderen. Maar niet alles met een b krijgen ze. Banen zitten er voorlopig niet in. Alle begin is moeilijk, dus moeten de gastelingen eerst met basisvoorzieningen oefenen. En als het een beetje meezit, komt er zelfs een basisschooltje voor de kinderen.

Wel is het belangrijk dat het voor de gastelingen behelpen moet blijven. Want in de beperking toont zich de meester. Vanzelf zijn er altijd dwarsliggers die toch voluit willen helpen. Dat kan natuurlijk niet, want helpen begint niet met een b. Dus blijft het beleid gericht op behelpen, wat sommigen zelfs al te ver gaat. Zodoende krijgen de gastelingen ook wel eens een portie boosheid aangeboden. Vaak een beetje, soms een boel. Doorgaans mogen de gastelingen dan de burgemeester tegemoet zien, om er iets van te zeggen. Want boosheid is evenmin de bedoeling als een baan.

Gastelingen bewegen zich op een bijzondere manier voort. Ze lopen niet, maar ze stromen. Men spreekt dan ook van gastelingenstromen. Waarvan er veel, door Europa stromend, vroeger of later de Nederlandse grens bereiken. Wij liggen nu eenmaal het laagst, zodat ze massaal ons land binnenstromen. En dat maakt ons huiverig. Want vanouds hebben we slechte ervaringen met binnenstromende materie. Vaak was het namelijk water dat binnenkwam, waarbij er hele stukken van ons land onderliepen. Soms was het zo erg dat er veel mensen verdronken.

Natuurlijk heeft al dat stromend water ons getekend. We hebben dijken aangelegd , het gros van ons heeft leren zwemmen en onze koning is een kanjer in watermanagement. Dus is het eigenlijk geen wonder dat we er wel eens wat in doorslaan. Zo gaan er zelfs stemmen op om de grenzen met België en Duitsland maar te gaan bedijken. Zodat er ook daar niets meer binnenkomt. Want anders zouden we, terwijl wij met de Noordzee vechten, van achteren overstroomd kunnen raken, kopje ondergaan en verzuipen.

Gelukkig hebben we, nu de zeespiegel stijgt en het hier steeds natter wordt, een toverspreuk bedacht. 'Nederland leeft met water'. Deze spreuk helpt ons om het gevaar te bezweren en niet bang te zijn. En het werkt. Nog maar zelden hoor je een Nederlander zorgelijk doen over water. Het wordt nu tijd voor weer zo'n spreuk. 'Nederland leeft met gastelingen'. Dan hoeven we niet meer bang te zijn. En kunnen we de kleine gastelingen op hun provisorische basisschooltje naast de b eindelijk ook de andere letters van ons alfabet leren.

 

Geplaatst: Maandag 18 januari 2016 - 4 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Watertijgers

Veel senioren kunnen op hun gemak van het leven genieten. Ze hebben hun schaapjes op het droge en mogen zich gaan uitleven. Hoeven zich niet meer druk te maken over moderne fratsen als duurzaamheid. Of wel?

 

=   Watertij - HOMER 

Senioren hebben minder leeftijd over dan junioren. Maar de tijd die ze nog hebben, mogen ze vrijer gebruiken. Een leven lang hard gewerkt; nu kunnen ze op hun lauweren rusten. Anderen mogen het stokje overnemen. Maar het gevaar is dan, dat senioren ook duurzaamheid voor gezien houden. We hebben toch alles onder controle?.Nederland is veilig omdijkt. En vanuit het zuiden komen lekkere  temperaturen onze kant op. Overstromingen en misoogsten zijn ver weg. En als oudere kun je niet alles op je nek nemen. Vrij vertaald: het zal mijn tijd wel duren. Wie dan leeft, die dan zorgt. YOLO!

Gelukkig is de realiteit anders. Senioren hebben veel levenservaring. Ze weten heel goed wanneer er stront aan de knikker is. En daar maken ze zich zorgen over. Want ouderen zijn ook (groot-)ouders, of hebben op andere manieren te maken met jongeren. In hun werk hebben ze geleerd koeien bij de horens te vatten en problemen op te lossen. Ze beheersen een vakgebied, hebben mensenkennis en maatschappelijke ervaring. Sommigen zijn goed in leidinggeven, communiceren en/of schrijven. Het zou doodzonde zijn, als ze die kwaliteiten niet zouden inzetten.

Met het klimaatakkoord van Parijs krijgen senioren hun grote project op een dienblaadje aangereikt: werken aan duurzaamheid. Het verveelt nooit; geen hobby is zo gevarieerd en je kunt het tot op hoge leeftijd volhouden. Je werkt samen met een formidabel team op wereldschaal. Graag geef ik een tip als voorbeeld. Veel ouderen zijn huiseigenaar, hebben wat geld gespaard en de hypotheek is bijna afgelost. Daarbij worden hun huizen door allerlei maatschappelijke factoren steeds belangrijker. Je moet er tegenwoordig in kunnen wonen, werken, oud worden en er ook nog energie mee winnen.

Dus senioren: investeer creativiteit en geld in een duurzame levensloopbestendige woning. De kosten betalen zich terug via waardestijging van het huis, minder energielasten, een betere levenskwaliteit, een zelfstandiger toekomst, minder zorgkosten, een opsteker voor de bouw- en installatiesector en een waardevaste nalatenschap. En niet in de laatste plaats: het levert een bijdrage aan een blijvend leefbare planeet, ook voor komende generaties.

Het is een illusie dat het na het Klimaatakkoord van Parijs allemaal wel goed komt. Ten eerste begint het nu pas. En ten tweede blijven politici, bestuurders, bedrijven en instellingen nergens, als ook de burgers niet de duurzame handen uit de mouwen steken. Wij senioren horen bij de generaties die het milieu het zwaarst door de mangel hebben gehaald. En omdat er geen instantie bestaat die ons daarvoor om de oren komt slaan, moeten we dat zelf maar doen. Maar niet te lang. Want er is werk aan de winkel. Of beter gezegd: aan het huis.

 

Geplaatst: Donderdag 13 augustus 2015 - 0 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Watertijgers

=   Watertij - HOMER

Calamiteiten zijn schaars in Nederland. Soms hebben we een andere indruk, maar dat komt vooral doordat alle grote ongelukken de media halen. Maar hoe weinig ze ook voorkomen, elke calamiteit is ons er een teveel. Het liefst leiden wij een bestaan zonder grote brokken. De cruciale vraag is, of zo'n rimpelloos bestaan mogelijk is. Het antwoord is nee, want er zullen altijd natuurrampen blijven die buiten ons omgaan. Maar calamiteiten met een menselijke oorzaak, komen we daar ooit vanaf? Nogmaals nee. Want kleine en grote ongelukken zijn ingebakken in ons veiligheidssysteem. Niet dat we ongelukken bewust inbouwen in onze projecten. Maar we calculeren in dat ze kunnen gebeuren, op basis van eerdere ervaringen. Daarom proberen we de risico's van een project zo klein mogelijk te houden. En als er toch iets fout gaat, willen we er van leren. Want dan zijn we de volgende keer nog beter voorbereid.

Maar zo leren we toch ook, hoe we menselijke fiasco's kunnen vermijden? En dan kunnen we die vroeger of later toch helemaal uitbannen? Nee, helaas niet. En wel om zes menselijke redenen. (1) We zijn als individu en als groep steeds op zoek naar nieuwe uitdagingen. Maar die brengen ook nieuwe risico's met zich mee. (2) Het menselijk handelen wordt steeds complexer en dus lastiger te sturen: het gevolg van onze ondernemende mentaliteit. (3) Mensen zijn sterk in het herkennen van enkelvoudige, directe en bekende gevaren. Maar omgaan met complexe, dynamische en gestapelde risico's, dat is andere koek. (4) Punt vier heeft iets paradoxaals. Het pareren van ingewikkelde gevaren leren we vooral, wanneer we door onze emoties flink op ons nummer worden gezet. Maar emoties doen dat pas, als ze het complexe gevaar diep in de dreigende ogen hebben gekeken. Plat gezegd: we hebben soms een calamiteit nodig om calamiteiten te voorkomen. (5) Maar helaas: mensen zijn kort van emotie en memorie. Op gezette tijden moet een nieuwe miskleun er voor zorgen dat we weer scherp zijn. (6) Het zesde en laatste punt hangt als een natte dweil over dit alles heen: mensen zijn zwak in objectiviteit. Waarheidsvinding worstelt vaak met taaie procedures, vooringenomenheid, eigen interpretaties, schuldvragen, andere belangen en allerlei vormen van selectieve verkokering. En dat is lastig. Want zonder objectieve waarheden vervagen de broodnodige lessen. Zo blijft er niet veel te leren over.

Als het kalf verdronken is dempt men de put. Dat klinkt als een verwijt, maar het is een droge constatering. Het verdronken kalf is een noodzakelijk kwaad in ons veiligheidssysteem. Het is een wetmatigheid, die een ander licht werpt op zware ongevallen. De crash van de Julianabrug in Alphen aan de Rijn wordt dan plots een calamiteit uit het boekje. De indrukwekkende beelden gaan de wereld over. De emotionele impact is optimaal. We zien het materiële geweld en we weten dat het veel slechter had kunnen aflopen, met tientallen doden en gewonden. Ondanks alle bijkomende menselijke sores is het een koopje: een maximum aan leereffecten tegen een minimum aan leergeld. De eerste leereffecten zijn al binnen. We volgen weer de zes menselijke risicofactoren. (1) Dit was niet nieuw en toch ging het fout. (2) Dus was het wel 'nieuw', maar zonder dat men het wist. (3) Met als gevolg dat de risico's niet echt in beeld waren, laat staan hoe die risico's te beheersen. (4) Daarmee was het project een onbewuste gok. (5) Dit versluierde gokstadium kenmerkt de laatste fatale fase in de cyclus waarin ervaring en expertise desintegreren en vervagen. Dit is ook de fase waarin je kunt wachten op een calamiteit. (6) De te vinden waarheden zullen waarschijnlijk onthutsend zijn en de bijbehorende lessen pijnlijk. Met als logisch gevolg dat de waarheidsvinding het zwaar voor de kiezen krijgt. Ruim baan daarom voor gewetensvolle bestuurders, transparante ondernemers, objectieve onderzoekers en leergierige, proactieve experts.

 

Geplaatst: Maandag 25 mei 2015 - 2 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Watertijgers

=   Watertij - HOMER

Nu 'fuck' ook hier op DWJM aan de orde is geweest, kunnen we er doelgericht mee aan de slag. Want dat moet. Deze platte uitroep is geïmplodeerd tot een stopwoord, dat uitblinkt in fantasieloosheid, nietszeggendheid en zinloosheid. Toch is het wel mooi stiekem een deel van onze taal geworden. Een verstekeling tussen al die andere woorden die we van de Engelsen hebben gejat. We moeten er maar het beste van maken. Blijft de vraag: hoe maak je van 'fuck' het beste?

Graag reik ik een oplossing aan. We gaan het met hoofdletters schrijven. FUCK. Maar daarmee zijn we er nog niet. We kennen er ook een andere betekenis aan toe, door het als afkorting te lanceren. Deze afkorting staat voor vier woorden, die we nog moeten bedenken. De uitspraak blijft het zelfde: FUCK. Daarmee hebben we de eerste fase achter de rug; het schuttingwoord is keurig netjes opgewaardeerd tot niets minder dan een acroniem.

De tweede fase is wat lastiger. Want nu moeten we bij dit acroniem nog een passende betekenis bedenken. Een betekenis die het een frisse en doordachte inhoud geeft. Een 'makeover', zoals dat in goed Nederlands heet. Natuurlijk respecteren wij de Engelse herkomst van de nieuwe afkorting. De vier woorden die hierachter schuil zullen gaan, moeten we dan ook bij elkaar scharrelen uit het Engelse taalgebied. Maar inhoudelijk zal het allereerst bij ons Nederlanders moeten passen. Zodat we het vierletterwoord weer met respect in de mond kunnen nemen.

We hechten bijzonder aan onze vrijheid; de F staat dan ook voor Free. De U kan slechts United betekenen. Als het erop aan komt, staan we samen pal voor datgene wat ons tot Nederlanders maakt. Niemand weet precies wat dat is, maar dat maakt niet uit. In de grond van ons hart zijn we United, met de kleur oranje als bindmiddel. Niet dat we het altijd met elkaar eens zijn. En dat zullen we laten weten ook. We zijn kritisch op iedereen, van straatslijper tot koning. Daarom vertegenwoordigt de C in dit geval de mooie Engelse term Critical.

Ook zijn we nog altijd een koninkrijk; dus maakt de K van Kingdom het nieuwe acroniem compleet. Hiermee is de tweede en laatste fase van deze saneringsoperatie voltooid. Wanneer vanaf nu weer eens een brave Nederlander het woord FUCK van de lippen laat rollen, is dat slechts een subtiele verwijzing naar waar we ons thuis voelen: ons eigen Free United Critical Kingdom van de lage, platte kikkerlanden. Des te lager en platter, des te liever het ons is.

 

Geplaatst: Donderdag 21 augustus 2014 - 2 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Watertijgers

 =   Watertij - HOMER

Dat de robots komen, daar ben ik zeker van. Misschien heb ik in mijn jongere jaren een ietsje teveel science fiction gelezen. Maar los daarvan: ze komen, die robots. En op zich is dat helemaal niet erg. De vraag is alleen: als ze komen, wat gaan ze hier dan doen? Zijn ze onze vriendjes, of laten ze ons naar hun metalen pijpen dansen? Natuurlijk zouden ze het beste met ons voor moeten hebben, want wij hebben ze uitgevonden. Toch? Maar waarom dan al die sf-verhalen waarin robots in opstand komen tegen hun menselijke makers?

De werkelijkheid is veel subtieler dan de beste sf-schrijvers kunnen verzinnen. De robots zijn niet massaal door onze straten komen stampen, om de macht over te nemen. Maar onder het mom van automatisering, digitalisering, informatica, multimedia, domotica etc. zijn ze wel doorgedrongen tot in elke vezel van onze samenleving. Ze doen mee op het werk, thuis, in het verkeer en op het slagveld. Nee, we zijn geen slaven, maar verslavingen rukken wel op. Van gameverslaving tot webverslaving. En op het werk van netwerkverslaving tot verslaving aan big data.

En nu lees ik in de media dat robots werkplekken inpikken van menselijke medewerkers. Maar daar blijft het niet bij. Ook eenvoudiger apparatuur begint al kuren te krijgen. Gelukkig zijn die kuren niet altijd tegen mensen gericht, maar gaan de apparaten ook elkaar te lijf als dat zo uitkomt. In onze keuken bijvoorbeeld kunnen het gasfornuis en de magnetron beslist niet samen door één deur. Geen wonder; het zijn concurrenten. Maar toch; het is echt absurd, hoe ze hun ruzies met elkaar uitvechten. Een voorbeeld.

Ik laat iets sudderen op de kleinste pit van het gasfornuis. Geen centje pijn; daar kan ik rustig bij weglopen. Een huisgenoot warmt iets op in de magnetron. Dat apparaat zet onmiddellijk zijn ventilator aan, en blaast krachtig van zich af, zijwaarts en schuin naar beneden. De brandende gaspit van het fornuis protesteert even, flakkert onrustig en dooft dan. Het gas stroomt door, onze keuken in. Gelukkig weten wij mensen hoe gas ruikt. Toch hebben we de vechtersbazen direct uit elkaar gehaald. We geloven het natuurlijk niet echt. Maar toch, stel dat het geen ruzie was...
 

Geplaatst: Woensdag 28 augustus 2013 - 0 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Watertijgers

 =   Watertij - HOMER

 

In gedachten verzonken doe ik de afwas. Vlak voor mijn neus een harde bons, tegen het keukenraam. Het duralex drinkglas valt uit mijn getheedoekte handen en spat uiteen op de keukenvloer. Wel gloeiende… Maar dat komt later. Ik kijk door het raam naar beneden, want na de bons komt vaak de val. Daar, in de voortuin, zit een volwassen merel, een vrouwtje. Het dier kijkt om zich heen. Lijkt niet versuft. Even later vliegt het weg, de heg in langs de oprit. Ik kijk nog eens en zie dan een vormeloos hoopje veren. Een andere merel, ook een vrouwtje, plat op de grond en zo mors als een pier. Twee jongedames, samen naar de kroeg geweest. Eentje heeft het niet overleefd.
 
De vogelkroeg staat achter ons huis, in de hoek van de tuin. Een grote morellenboom, afgeladen met kleine kersen. Plukken doen we niet meer; ze zijn voor de merels, de spreeuwen, de duiven. Het gevogelte kent de procedure; het is gratis en zelfbediening. Ze weten haarfijn welke kersen ze moeten hebben: hoe donkerder, hoe rijper, hoe zoeter. De rijpste exemplaren gaan gisten, en kweken scheutjes alcohol binnen hun schilletjes. Vogels doen niet aan de Bob. Licht aangeschoten of half dronken, het maakt niet uit. Eenmaal zat, duiken ze plompverloren de gebladerde kroeg uit en gaan vrolijk op de wieken.
 
Vergissen is niet alleen menselijk. Zo teut was de gesneuvelde mereldame, dat ze dwars door ons huis dacht te vliegen. In plaats van sierlijk er omheen, zoals nuchtere merels feilloos doen. Het drama houdt aan. In het weekend bewandel ik de achtertuin. Een krioelende massa trekt de aandacht. Gladde aasvliegen, die het karkasje van een andere merel bevolken. Ze benen het uit tot de laatste vezel. Een bijna volgroeid exemplaar, schat ik zo in, uit een eerste legsel. Groot als ze zijn, volgen ze hun merelpa of -ma op de poot, bedelend om een hapje insect of wurm, terloops de kunst van het overleven afkijkend. Misschien hoort dit verhongerde jonkie bij de in beschonken staat verongelukte mereldame. Die nog steeds in de voortuin ligt, bedenk ik mij. Onder een struik geschoven, want het duralex glas moest eerst geruimd.
 
Nu kunnen we moeder en jonkie samen begraven, achter in de tuin. Herenigd in de dood. Niet onder de morellenboom; die is vruchtbaar genoeg. Op het paadje naar de andere hoek ligt iets donkers: een klompje veren. Een piepjong mereltje, met onhandige fladderflapjes. Uit een tweede legsel, en net uit het nest. Als ik in de buurt kom, gaat het snaveltje wijd open. Och gut, zegt mijn eigen dame, en gaat acuut op pierenjacht. Ik wil het diertje in de struiken zetten, uit het oog van katten. Piepend mept het van zich af en fladdert voor mij uit. Goed zo, alive and kicking. Pa en ma zullen niet ver zijn; onze tuin herbergt een ware mereldynastie. Dus eentje meer of minder...  Maar toch: een mereldame en haar jonkie. In vogelperspectief blijft het een drama.
 
 
Geplaatst: Vrijdag 16 augustus 2013 - 2 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Watertijgers

=   Watertij - HOMER

De consument in welvaart
Je hoort het op elke straathoek. De economie moet weer gaan groeien. Want dat zijn we zo gewend. Zo´n 60 jaar terug werd de Consumentenbond opgericht. Goed beschouwd het moment waarop de moderne Nederlandse consument werd geboren. Deze consument is intussen verwend geraakt; zijn (m/v) hele leven staat in het teken van economische groei. Hij is steeds meer gaan verdienen en steeds meer gaan uitgeven. De consument is hierdoor ook zelf gaan uitdijen. Vooral in omvang, wat zorgelijk is. Wat hebben die 60 jaar verder met hem gedaan? Onze moedertaal vertelt het ons. In de van Dale van 1961 heette de consument nog een `verteerder´ of `verbruiker´. Maar wie nu op www.encyclo.nl kijkt, vindt zeker 17 omschrijvingen. Toch zit er ook nu nog een heldere hoofdlijn in.
A. Een consument koopt goederen en diensten voor bevrediging van zijn behoeften.
B. Hij mag nu naast `verbruiker´ ook `gebruiker´ heten, wat totaal anders klinkt.
C. Daarnaast noemt encyclo.nl alledaagse betekenissen als: afnemer, klant.
 
De consument in verwarring
Wat betekent dit ABC-tje? Uit A. blijkt dat de consument na zijn geboorte is ingepakt in economische definities. Bij B. schiet ons te binnen dat `moeder aarde´ veel liever de kost geeft aan gebruikers dan aan verbruikers. En C. vertelt ons dat de consument een grote klant is geworden op de wereldmarkt. Als hij niets aanschaft, stort alles in. Dus wordt hij geknuffeld door fabrikant en middenstand. Dat maakt van de consument een reus, maar op lemen voeten. De Consumentenbond wijst hem dan ook graag de weg door het woud van economische en ecologische krachten. Een paar voorbeelden van zulke krachten. De consument moet het geld laten rollen, want dan gaat de economie (weer) groeien. Dit is een krachtig economisch thema, dat inspeelt op onze koopdrift. De consument moet ook (be)sparen, want het is crisis. En hij moet zijn levensstijl versoberen, want zijn ecologische voetafdruk is veel te groot.
 
De consument in gevaar
Er is nog een forse verandering in 60 jaar consumentschap: de komst van de digitale wereld. Dat blijkt een gevaarlijk speelveld te zijn voor de consument. In Duitsland volgen onderzoekers al jarenlang ziekelijke vormen van koopgedrag bij consumenten. Ze zagen dat deze koopziekte vanaf 2010 sterk is gegroeid: van 17 naar 26%. Het vermoeden is dat dit onder andere komt door het kopen via internet. Papiergeld is tastbaar, maar een muisklik heeft geen voelbare waarde. De economie groeit dankzij deze koopziekte, zodat de kwaal weer verder om zich heen kan grijpen. Dus zullen er nog meer koopjunkies opduiken, terwijl het nu al een epidemie is. Met als symptomen dat het ons ziekelijk dik maakt, verslavend is en ten koste gaat van minder welvarende hoeken van onze aardbol.
 
De consument op de rem
Voor wie het zich kan veroorloven, is de oplossing even logisch als lastig. Minder kopen, zelfs als de economie erdoor stagneert. Hier in Nederland beginnen we het al wat te leren. Altijd blijven koersen op economische groei is misschien heel menselijk. Maar het is ook onmenselijk; het verstikt onze eigen wereldhelft in welvaartskwalen, ten koste van de andere helft. Een keuze voor permanente economische groei staat gelijk aan een onheilspellende boodschap. Namelijk dat wij mensen er zijn voor de economie. In plaats van andersom.
 
 
Geplaatst: Vrijdag 30 maart 2012 - 2 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Watertijgers

=   Watertij - HOMER

Een kwestie die de belangstelling heeft van kerkgangers en ezelliefhebbers. Zeker in Drachten, dat beschikt over een ruim gesorteerd kerkelijk leven en is omgeven door veel platteland. Voor wie de discussie tot nu toe heeft gemist, een korte samenvatting. En reageer; kerken zijn niet doof voor de publieke opinie.

Voorjaar 2012. De Paasdagen staan weer voor de deur. Voor veel gelovigen nog steeds het feest van de opstanding. Zij hebben het goed elkaar, die gelovigen. Want ook van de zondag vóór Pasen, komende zondag, maken zij al iets bijzonders. Het is dan Palmzondag, ook wel Palmpasen genoemd. In veel kerken staat de voorganger stil bij de intocht in Jeruzalem. Daarbij reed Jezus van Nazareth de stad binnen op een ezel, die zijn leerlingen kort daarvoor ergens hadden geritseld.

In Rooms-katholieke Palmpasenoptochten loopt daarom vaak een ezeltje mee. Protestanten doen het anders. Zij halen een paar ezels in de kerkzaal, een oud gebruik. Zelf heb ik als kind veel kerkdiensten bijgewoond in de (toen nog) Gereformeerde kerk van Lutjegast. Nog steeds kan men daar ´peerdestal` aanwijzen. Voor de ezels zogezegd, eens per jaar.

Het is echt een basisbeweging. De landelijke organisatie van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) krijgt er geen vat op en laat zich er niet of nauwelijks over uit. Op zich is dat begrijpelijk; voor je het weet heb je de dierenorganisaties op je nek. En misschien terecht. Want het is een legitieme vraag, wat de ´kerkezels` er zelf van vinden. Maar ook daarover doet de PKN officieel geen uitspraak.

Dus voor wat inside informatie maar eens aangeklopt bij een vroegere organiste uit Lutjegast. Nog steeds kan ze er smakelijk over vertellen. Gereformeerden zongen altijd met royale stemverheffing. De organist(e) moest veel registers opentrekken om er bovenuit te komen en de zang in goede banen te leiden. Er was één uitzondering: de diensten met Palmpasen. Daar was een goede reden voor. De ezels in de peerdestal.

Ezels zijn verrassend intelligent. Ze hebben flinke oren en een gevoelig gehoor. Maar de vroegere kerken wisten daar goed op in te spelen. De voorganger verzocht de gemeente om gedempt te zingen. Ook kwam het voor dat de mannen moesten zwijgen. En een beetje organist wist precies met welke registers de oren van de ezels konden worden ontzien. Een kwestie van ervaring, of omdat er aandacht aan was besteed op de regionale cursus voor kerkorganisten.

Het vak kerkorganist sterft uit. Predikanten rouleren. Kerken krimpen en verhuizen naar kleine zaaltjes. Op feestdagen speelt er een band. Is het nog leuk voor de kerkezels met Palmpasen? Zelf ga ik komende zondagochtend op ezelsafari in de Arke, de PKN-kerk in de Drait. Bij geruchte vernomen dat de ezel daar nadrukkelijk aanwezig is. De laatste keer? Ik vermoed dat kerken zullen luisteren naar de publieke opinie. Voor mijzelf ben ik er wel uit. Het is mooi geweest. Vanaf 2013 geen ezels meer in de kerk. Geef ze vrijheid.