Geplaatst: Maandag 23 november 2020 - 0 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Maatschappij

Lichamelijke arbeid blinde hoek van Haagse polititiek.

Het onderzoeksinstituut Nidi Den Haag meldt dat mensen die lichamelijke arbeid doen (steevast als lager opgeleiden aangeduid), op jongere leeftijd beginnen met werken, eerder versleten zijn en door de stijging van de AOW-leeftijd onevenredig benadeeld worden. Een opendeur. Toch is deze opendeur de blinde hoek van hoogopgeleid politiek Den Haag.

Zonder blikken of blozen verhoogden de Haagse politici, allen hoogopgeleid, de AOW-leeftijd. Dat was niet genoeg, er werd 2 x besloten de AOW-leeftijd versneld te verhogen. De AOW-leeftijd steeg daardoor in Nederland veel sneller dan in de ons omringende landen. Door het Pensioen en AOW-akkoord afgedwongen door vakbonden, is de leeftijdsstijging vertraagd maar stijgt nog altijd sneller dan in Duitsland en België.

Eén aspect blijft steeds buitenbeeld. Het aspect dat vanaf 2015, gezinnen waarvan één partner de AOW-leeftijd bereikt het moeten doen met een halve AOW totdat de andere partner ook de AOW-leeftijd bereikt. Doorgaans is de vrouwelijke partner 2 jaar jonger. Kortom 2 jaar zo’n 800 euro minder in de maand dan met een hele AOW. Ter vergelijk een alleenstaande krijgt 20% meer AOW dan het gezin met een halve AOW tot dat beide de AOW-leeftijd hebben bereikt. Tot 2015 gold, dat een gezin, de volledige AOW kreeg als de jongere partner niet een betaalde baan had. Dat is afgeschaft door de Haagse politici. Laat nu vooral bij mensen die lichamelijke arbeid doen, bestaan uit gezinnen waarvan één partner een betaalde baan heeft.

Het is zaak dat de Haagse hoogopgeleide politici zich gaan bekommeren om mensen die met lichamelijke arbeid hun brood verdienen. In coronatijd worden dat plotseling essentiële beroepen genoemd. Nu nog die erkenning omzetten in daden. Herstel de AOW-partner toeslag met terugwerkende kracht tot 2015 of zorg er op zijn minst voor dat gezinnen gedurende de periode van een halve AOW dat aangevuld krijgen tot de alleenstaande AOW. Of te wel een toeslag van zo’n 400 euro bruto per maand. Op langere termijn kan de oplossing gevonden worden door mensen AOW gerechtigd te maken als zij 45 jaar of langer geleden van school zijn gekomen en zijn gaan werken betaald of in het gezin. Er loopt een onderzoek, als onderdeel van het Pensioen en AOW-akkoord, naar het AOW gerechtigd worden bij 45 jaar werken. Als AOW gerechtigd worden wordt beperkt tot betaald werken is dat onvoldoende oplossing voor meerderheid van werknemers die lichamelijke arbeid doen. Het probleem van de halve AOW wordt voor hen niet opgelost.

Geplaatst: Woensdag 18 november 2020 - 1 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Maatschappij

Een rechtse meerderheid in de gemeenteraad van Smallingerland heeft bedacht dat nog wel 3% bezuinigd kan worden op de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Die rechtse meerderheid bestaat uit ELP, CDA, VVD, Smallingerlands Belang. Terwijl er al een bezuinigingsronde loopt op de huishoudelijke hulp die mensen via de WMO krijgen. Om die te krijgen moet je hulpbehoevend zijn en heeft er een onderzoek plaatsgevonden. B&W heeft een extern bureau ingehuurd, om bij de mensen langs te gaan en steevast een bericht te sturen dat de huishoudelijke hulp verminderd. Beter was het geweest de kosten van dat bureau te besparen. Het verminderen van ondersteuning huishoudelijke hulp is in mijn ogen trappen naar beneden. In de gemeenteraad vinden ELP, VVD, CDA en SB, dat het nog slechter moet. Zij vinden zonder onderbouwing dat er nog wel 3% vanaf kan. De OZB mag van deze partijen niet stijgen wel mag extra bezuinidgd worden op mensen die noodgedwongen gebruik moeten maken van de WMO. Hopenlijk komt men tot inkeer. Met het CDA voorop. Het CDA schermt met naastenliefde. Zij hebben nu de rijken verward met de armen. Gewoon weer OZB invullen in de bezuinigingen in plaats van WMO.

Anne van Dijk.

 

Geplaatst: Woensdag 18 november 2020 - 3 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]

 

Sociale huurwoningen te kort loopt op.

Vol trots werd door de wethouder in Leeuwarden in de krant aangekondigd dat 484 sociale huurwoningen komen in de nieuwste nieuwbouwwijk van Leeuwarden. De harde werkelijkheid is echter dat het slechts om iets meer dan 18% van de woningen gaat die in de nieuwbouwwijk komen. Het percentage woningen van woningbouwcoöperaties in de gemeente Leeuwarden is nu 30%. Een groter deel van de huurders dan landelijk zit ook nog in een te dure huurwoning ten opzichte van het inkomen van de huurders. Anders gezegd het tekort aan (betaalbare) sociale huurwoningen loopt op.

De situatie in de gemeente Smallingerland is vergelijkbaar met die in Leeuwarden met de aantekening dat er geen plannen bekend zijn gemaakt voor meer sociale huurwoningen.

Voor alle gemeenten zou moeten gelden dat het percentage sociale huurwoningen moet toenemen in plaats van de afnemen. Mensen moeten passend kunnen wonen. Nu is dat niet voldoende het geval waardoor mensen in schuldenproblemen komen. Het tekort aan sociale huurwoningen blokkeert de arbeidsmarkt.  

De rijksoverheid moet de verhuurdersheffing afschaffen zodat woningbouwcoöperaties meer armslag krijgen. Woningbouwcoöperaties moeten zich alleen bezighouden waarvoor zij zijn opgericht en niet ondernemer gaan spelen. Gemeenten moeten meer sociale huurwoningen mogelijk maken door niet of minder te willen verdienen op grond verkoop.

Anne van Dijk, Drachten.

 

Geplaatst: Zaterdag 14 november 2020 - 0 reacties(s) [ Reactie ] - 0 trackback(s) [ Trackback ]
Categorie: Maatschappij

 

Politiek heeft tonnen Pensioen en AOW-boter op het hoofd.

Volgens Elsevier Weekblad, zijn Tweede Kamerleden nogal geschrokken van de mogelijke gevolgen van het Pensioen akkoord. Tijdens de hoorzitting 4 november 2020 zijn er onder meer twee professoren over dit onderwerp gehoord. De ene voorspelde de ene rechtszaak na de andere en mogelijk het vervallen van de verplichte deelname. De andere professor zag veel minder bezwaar. Beide hadden vraagtekens bij het opschorten van het individueel bezwaarrecht tijdens de ombouw van de huidige pensioenregelingen naar de nieuwe.

Als het zo is dat de Tweede Kamerleden zijn geschrokken van de mogelijke juridische valkuilen dan is het tijd dat zij zich realiseren dat zij, de politiek, de obstakels hebben veroorzaakt die het Pensioen en AOW-akkoord noodzakelijk maakten.

Obstakels zoals het opleggen van veel te lage rekenrente voor het berekenen van de pensioenvermogens. Deze lage rekenrente moet worden toegepast terwijl de werkelijke rendementen op leggingen veel hoger zijn. Het gevolg is dat pensioenen niet verhoogd konden worden met inflatie of cao-verhogingen terwijl de pensioenvermogens wel in 10 jaar verdubbelden.

Een ander politiek obstakel is het veel sneller verhogen van de AOW-leeftijd dan in de ons omringende landen. Ook veel sneller dan eerder beloofd. Door de versnelde AOW-leeftijdsverhoging worden vooral mensen benadeeld die lichamelijke arbeid doen. Zij beginnen op jonge leeftijd en moeten door de AOW-leeftijd verhoging langer werken dan 45 jaar terwijl zij een slijtend beroep hebben. Daarbij komt nog het politieke obstakel dat in plaats van de oplossing voor zware beroepen, er een slot, in de vorm van een boete, werd gezet op het eerder ophouden dan de AOW-leeftijd.

Een ander obstakel waarvoor de politiek rechtstreeks verantwoordelijk is, is het afschaffen van de wettelijke doorsnee pensioenpremie en opbouw. De wet schrijft tot nu toe voor, dat een gelijk percentage premie en opbouw moet worden toegepast, per pensioenregeling, of je nu jong of niet meer jong bent. Het afschaffen van deze wet, onder het mom dat het voordelig is voor jongeren en onder het verzwijgen dat het nadelig is voor vrouwen, leidt tot veel kosten.

Ook is de politiek verantwoordelijk voor het exploderen van afhankelijke contracten. De politiek heeft niet gewaarborgd bij wet dat uitzendkrachten gelijk loon en pensioenkrijgen. Gelijk aan de werknemers van de bedrijven waar zij aan uitgeleend worden. De politiek heeft nagelaten een sluitende definitie in te voeren van wat een werknemer is en wat een ZZP'er waardoor veel ZZP'ers in feite werknemer zijn en ten onrechte te weinig loon krijgen en uitgesloten zijn van WW en andere werknemersregelingen. Ook de huidige regering laat dit probleem liggen.

Als de politiek echt geschrokken is zoals het Elsevier Weekblad stelt, dan kunnen zij hun vrees omzetten in het wegnemen van de obstakels. De rekenrente op 3%; handhaven van de wettelijke doorsnee premie en opbouw (het afschaffen veroorzaakt een dure ombouw en is bovendien negatief voor vrouwen); opheffen boete op eerder ophoud regelingen zoals in het pensioen akkoord; uitzendbureaus verplichten de lonen en pensioenen van inlenende bedrijven toe te passen en uitzendbureaus certificeren zoals eerder ook het geval was; de AOW-leeftijd verhoging vertragen zoals in het Pensioen en AOW akkoord; het tijdsparen verhogen van 50 weken naar 100 weken zoals in het Pensioen en AOW akkoord; Een sluitende wettelijke bepaling van wet een ZZP'er is en wat niet (dit wordt al jaren genegeerd door regeringen); verplichte deelname aan bedrijfstakpensioenfondsen van ZZP'ers die in de betreffende bedrijfstak werken; betaalbare en verplichte deelname aan een arbeidsongeschiktheidsverzekering door ZZP'ers.

Ik vrees dat een grote meerderheid van politieke partijen niet bereid is om de pensioen en AOW-obstakels te slechten die zij zelf hebben opgeworpen. Daarvan uitgaande is de enige oplossing het Pensioen en AOW-akkoord dat gesloten is tussen vakbonden, werkgevers en regering.

Anne van Dijk, Drachten gepensioneerd FNV-vakbondsbestuurder.